Onteigenen voor natuurbestemming kan, mits noodzakelijk en urgent
Bij KB van 2 december 2011 (nr. 11.002923) heeft de Kroon gronden aangewezen ter onteigening ten behoeve van de dijkverlegging Westenholte. Het (gemeentelijke) bestemmingsplan vormde de basis voor de onteigening. In het KB komt onder meer aan de orde in hoeverre nog voor natuur kan worden onteigend.
Reclamanten hebben tegen de onteigening onder meer als zienswijze naar voren gebracht dat voor natuur niet zou kunnen worden onteigend omdat de politiek dit onaanvaardbaar vindt.
Eind 2010 kondigde Tweede Kamerlid Ger Koopmans (CDA) een verbod aan op onteigening voor natuurdoeleinden. Zover is het niet gekomen. De mogelijkheden voor onteigening ten behoeve van natuur waren echter al wel beperkt door de 10%-regel (provincies mogen maximaal 10 % van voor natuur bestemde gronden door onteigening verwerven) en de huidige regering heeft de doelstellingen voor natuur (EHS) al drastisch teruggedraaid.
In die zin hebben reclamanten dus gelijk dat onteigening ten behoeve van natuur politiek gevoelig ligt. De Kroon overweegt echter voor wat “onteigening voor natuur” betreft dat op basis van een bestemmingsplan ook voor een als zodanig beschreven bestemming kan worden onteigend, mits noodzaak en urgentie van zo een voorgenomen onteigening vaststaan. Voor zover reclamanten bedoelden te verwijzen naar het regeerakkoord merkt de Kroon op dat behoud en compensatie van natuur(waarden) bij (de uitvoering van) het bestemmingsplan onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. In zoverre is de onteigening naar het oordeel van de Kroon verantwoord.
Mr. J. de Roos, onteigeningsadvocaat,
vakgroep Onteigening & Wet voorkeursrecht gemeenten
Gerelateerde artikelen:







