Raad van State: uitwerkingsplicht in een bestemmingsplan staat voorop; gekozen inrichting wel toetsen aan goede ruimtelijke ordening
In haar uitspraak van 15 februari 2012 (LJN: BV5100) heeft de Raad van State relevante overwegingen gewijd aan de maatstaven voor de beoordeling van een uitwerkingsplan ter naleving van de in een bestemmingsplan opgenomen uitwerkingsplicht. De Raad van State maakte korte metten gemaakt met de benadering van de gemeente dat het vorige, niet gerealiseerde uitwerkingsplan ook al woningbouw mogelijk maakte zodat het nieuwe uitwerkingsplan op dat punt niet uitputtend behoefde te worden beoordeeld.
Uitwerkingsplicht staat voorop
De Afdeling overweegt in deze uitspraak dat bij de beoordeling van een uitwerkingsplan voorop staat dat aan een uitwerkingsplicht in een bestemmingsplan gevolg dient te worden gegeven en dat daarbij de uitwerkingsregels dienen te worden toegepast. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen ertoe leiden dat aan deze verplichting kan worden voorbijgegaan. Het voorgaande brengt met zich dat door het onherroepelijk worden van de uit te werken bestemming in het bestemmingsplan “Nieuw-Oosteinde” de aanvaardbaarheid van de in het uitwerkingsplan opgenomen bestemming “Woondoeleinden 2″ in beginsel als een gegeven moet worden beschouwd.
Voor zover de uitwerkingsregels ruimte laten om de inrichting van het gebied in het uitwerkingsplan nader te bepalen, moet niettemin worden bezien of de gekozen inrichting van het uitwerkingsplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Alle belangen afwegen
In reactie op de verwijzing door de gemeente naar de mogelijkheden onder het oude, niet gerealiseerde uitwerkingsplan overweegt de Raad van State verder dat in het kader van het uitwerkingsplan alle betrokken belangen behoren te worden afgewogen, waarbij wordt bezien of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Gerelateerde artikelen:







